Als kind van de diepe Achterhoek wakkert met Pasen niet alleen iets opstandigs in mij aan, maar ook het verlangen naar een immens groot vuur. Op de avond van de eerste paasdag, als het al donker was, reden wij van paasvuur naar paasvuur. In de buurtschappen rond mijn geboortedorp werden er een aantal opgericht. De weken ervoor zagen wij de houtstapel groeien. Elk jaar leken de vuren groter en groter te worden.

Paasvuur
Het is al even geleden dat ik zo’n vuur van dicht bij heb gezien. Voor mij is het vuur buiten vervangen door het plechtig binnen brengen van een nieuwe paaskaars in een kerk. Op dat moment als het donker in de kerk, gebroken wordt door de kleine vlam op de grote kaars maakt mijn hart een sprongetje van blijdschap en ben ik weer even terug bij het vuur in de buitenlucht.
Toch blijft er elk jaar iets knagen als ik de foto’s op het internet zie rond gaan. Op de avond van eerste paasdag zijn de kerken leeg en staan hele dorpsgemeenschappen rond om de vuren. Samen geloven ze in de in de kracht van vuur dat het oude vernietigt en ruimte maakt voor een nieuw begin.

Droom
Vandaag zou ik een vuur willen maken van al het oude en versleten nieuws, de waan van de dag, de krankzinnige berichten van aanslagen en het verdrinken van bootjes en de folders met nutteloze overdaad. Naïef droom ik verder, dat alle mensen, morgen, beginnen aan een nieuw schriftje, waar je met je mooiste handschrift je naam op schrijft en de bladzijden alleen nog ruimte hebben voor goed nieuws.